Bladvergulden / Bladgoud verwerken

Bladvergulding buiten, bladvergulding binnen en vergulden met slagmetaal.

 

-Bladvergulding met echt bladgoud buiten.

Op buitenwerk vindt men bladvergulding op diverse ondergronden, meestal op metaal, hout en steenachtige ondergrond. Voor buiten werkt men meestal (zeker bij verwerking buiten) met goud vast op vloei, d.w.z. goud dat mechanisch op een transferpapiertje geduwd zit. Zo kan men knippen, met vloei en al, en plakken (met de ''goudzijde" op de lijm- het vloeiblad laat los en het goud zit op de lijm).

Voor buiten gebruikt men een hoge karatering, zodat het goud niet oxideert: Dubbeltorengoud 23,75 karaat met platina toeslag (Platina Goud), Rosenobel dubbelgoud 23,75 karaats (ook wel Rosenobel torengoud genoemd) of Zuiver goud 24 karaats 3 x dik. Als alternatief voor zilver kan er buiten gewerkt worden met Palladium (een metaal uit de Platina-groep).

De zuiverheid van goud wordt aangegeven in Karaat. Zo is 24 karaats-goud zuiver goud, dus 12-karaats goud bestaat voor de helft uit goud en voor de helft uit andere metalen zoals zilver, koper, zink. Toren- en Rosenobelgoud (beide 23,75 karaats) bevatten dus 23.75 : 24 = plm. 99% goud en 1% platina of een andere legering. Naast de gegarandeerde (!) karatering, dus ook het niet bevatten van bijvoorbeeld ijzerverontreiniging (chinese import kampt daar echt mee) is de dikte van het goud en de constante vorm, kleur en kwaliteit, hechting op het vloei, juiste aantal blaadjes beslissend voor de uiteindelijke kwaliteit wat betreft gemak in verwerking en duurzaamheid. Het ene goud is het andere niet! Duller voert het goud van Duitsland's grootste en beste goudslager.

In het algemeen kan men stellen dat men de ondergrond moet voorbehandelen alsof men het niet zou afwerken met bladgoud: een degelijk verfsysteem dat de ondergrond beschermt, wellicht nog wat beter omdat men een relatief duur en duurzaam slotakkoord geeft.

Dat wil dus zeggen op ontroest metaal: passieve of actief corrosiewerende (hecht)primer, minimaal 2-3 lagen dekkende afschilderverf in hoog-, half-, of zijdeglans. Voor relatieve  kleinverpakkingen van zeer goede verf voor de ondergrond in geel, zie ook hier.  Op hout wordt soms blanke (jacht)lak als ondergrond gebruikt (bijvoorbeeld naambord schip), vaak ook een dekkend verfsysteem van grond- en aflak in voldoende lagen. Vanwege mechanische slijtage van het goud wordt meestal een gele kleur verf aanbevolen. De meest gebruikte verf is gewoon goede alkyhars verf (oliebasis, terpentinverdunbare verf). Ook kunnen 2 komponenten verfsoorten worden gebruikt. Let op dat de ondergrondverf niet (zwaar) gesiliconiseerd mag zijn. Bladgoud wordt meestal niet afgelakt: de glans wordt hiervan zienderogen minder en de lak is gevoelig voor bladderen, degraderen. Echter: soms is het toch verstandig, op plekken waar men veel mechanische slijtage verwacht. Een torenhaan wordt in de regel nooit afgelakt.

Op steenachtige ondergrond volstaat vaak een isolerende primer, om onregelmatige inzuiging van de lijm te voorkomen. Ook kan men met bijvoorbeeld Steenhouwers Instacoll direct op steen werken. Mocht het gewenst zijn, voor de vulling bijvoorbeeld: een goede gele grondverf voldoet uitstekend als ondergrond voor de lijm.

Op hout zet men voor buiten een (oliebasis) verfsysteem dat de ondergrond goed beschermt, als ware de laatste verflaag de definitieve laag en zou er geen goud volgen.

KEUZE VAN DE LIJM  bij buitenvergulding

Drie soorten lijm zijn buiten het meestgebruikt: Oliemixtion, Instacoll watergedragen mixtion voor hoogglansvergulding, synthetische snelmixtion. Daarnaast wordt een specifiek systeem met oliemixtion toegelicht. Het vergulden zelf blijft knippen en plakken. Men kiest in de regel goud vast op vloei.

Afhankelijk van de vorm van de ondergrond wordt dit met een scherpe schaar kleiner geknipt, iets groter dan het oppervlak dat men met het stukje van het velletje goud wil bedekken. Een te lastig relief wordt meestal niet met een heel velletje bedekt. Bij het aanwrijven van het velletje zullen (veel) barsten/ barstjes ontstaan. Het is uiteindelijk dan handiger om kleinere stukjes te knippen, die wel egaal en zonder breuk op de ondergond (op de licht klevende lijm) zijn aan te brengen. Er wordt licht overlappend geplakt, stotend plakken is gewoon te lastig. De overlap wordt, afhankelijk van de lijmkeuze, met een goudstoffer (zeer zacht kwastje) of een zeer zacht doekje weggewreven.

Oliemixtion is een lijm op basis van drogende olie. Er is een 3-, een 12 uurs en een 24 uurs variant. De 12 en de 24 uurs-varianten worden als de beste beschouwd in termen van plakken en duurzaamheid. Toch wordt deze in Nederland het minst gebruikt (want sneller is beter?). Onhandig aan 12 uur voor een professional met reguliere werktijden: opzetten om bijvoorbeeld 7 uur s'avonds om de volgende ochtend te kunnen beginnen met vergulden. 

De uren zijn slechts indicatief. De 3-uurs mixtion is recentelijk veranderd, op de verpakking rept men over vergulden tussen de 1,5 en de 3 uur. Echter: laagdikte, temperatuur, luchtvochtigheid, aard van de ondergrond, licht- alles heeft invloed op de praktische droogtijd. Klanten rapporteren over gewoon nog steeds 3 uur wachten tot verguld kan worden.

Bij oliemixtion dient men te wachten tot de laag een geringe kleefkracht uitoefent. De laag mag (op een soortgelijke testondergrond) aanvoelen als vers gedroogde verf, die een piepend weerstands-geluid geeft als men er met de vinger overheen wrijft. Hoe droger de laag, hoe hoger de glans van het goud- echter te droog betekent dat het goud niet meer goed hecht tijdens het plakken. Restantjes goud worden met een goudstoffer verwijderd. Er mag slechts lichte druk worden uitgeoefend op het goud: het risico is dat men matte banen in het goud wrijft doordat men het goud te veel aanduwt in de zachte laag mixtion.

Instacoll is een watergedragen mixtion voor hoogglans-vergulding. Instacoll is een veelvuldig toegepast alternatief voor de traditionele oliemixtion. Sinds midden jaren 80 heeft dit product snel aan populariteit en bekendheid gewonnen. Ten opzichte van oliemixtion biedt het de volgende voordelen: -de vergulding is direct buitenwaardig / -de glans van het goud is constant en veel hoger dan die van een reguliere olievergulding / -de planning (ten opzichte van de droogtijd en juiste kleefkracht) is veel eenvoudiger. Zie ook de informatie bij Instacoll.

Instacoll wordt meestal buiten gebruikt, over oliebasis ondergronden. Deze moeten voldoende zijn doorgehard, zodat de watergedragen mixtion niet wegschift (dit gebeurt op een droge maar nog 'vette' ondergrondverf). Bij een grondverf volstaat meestal een dag, bij een zijdeglans verf een dag of 3, bij een hoogglans verf kan dit een week zijn. Zonder de ondergrond te schuren wordt instacoll opgezet of verspoten.

Verkwasten van de instacoll gaat het best met bijvoorbeeld filament spalters (zeer fijn synthetisch haar) of een filament of runderoor-haren kattetong gussowpenseel. Dit moet redelijk vlot gebeuren, de lijm droogt snel aan en men kan niet te lang doorwerken. Ook moet men wat penseel/kwastvaardigheid aan de dag leggen teneinde kwaststreek en aanzetten te minimaliseren. De hoge eindglans van het goud laat alle foutjes in de ondergrond zien (met name op grotere vlakke delen lastig).

De lijm moet volledig droog aanvoelen voordat men gaat plakken. Men kan of in de Instacoll basis werken (na minimaal een uur droogtijd), of de instacoll kan ten alle tijde met de instacoll activator opgeweekt worden tot de juiste kleefkracht. Zo kan men meerdere objecten mixtionneren, om op gewenst tijdstip de activator op te zetten en (na plm 15 minuten, inwerk/droogtijd activator) te vergulden. Een kleine maar precies juiste kleefkracht gedurende een aantal uren is het gevolg. Nog niet vergulde delen kan men meermaals activeren indien wenselijk. Men mag stevig aanduwen aan de achterzijde van het vloei. Stoffen met goudstoffer is niet nodig. Met een zachte doek (zie instacoll doekje of zacht zeemleer) wordt het goud gepolijst tot hoogglans en worden de overtollige stukjes verwijderd.

Synthetische snelmixtion biedt de vlotste mogelijkheid te plakken. Na zo'n 20 minuten kan verguld worden. Controle over vloei, glans in het goud, plaktijd e.d. is allemaal wat minder. Voor kleine oppervlaktes in lastiger buitenomstandigheden is dit wel een snel alternatief.

Polijstpasta en 12 uurs mixtion :  een elegante alternatieve methode is het werken met Feldmanns' polijstpasta (hoogglans-polijstpasta) en 12-uurs oliemixtion. Dit middel ondervangt veel van de nadelen van zowel oliemixtion als instacoll. Deze informatie is ook te vinden bij het productj Polijstpasta. Ondergronden van bijvoorbeeld alkydharsverf (terpentine- verdunbare verf) worden gepolijst met dit speciale voorbereidende polijstmiddel. Het polijstmiddel zet men op met bijvoorbeeld een kwastje of direct met een doekje (gewassen katoen). Met dat doekje wordt de ondergrond gladgewreven, gepolijst. Vervolgens haalt men met een schone doek alle polijstpasta van het oppervlak. Men brengt daarna 12 uurs oliemixtion aan. Ook dit wordt weer volledig verwijderd. Een halve dag (12 uur) later kan men een 6 - tal uren plakken. Men mag stevig aanduwen net als bij Instacoll. Bij zacht napolijsten met een stukje zeemleer of een Instacoll doekje komt de zeker poliment-achtige hoogglans van het goud naar boven. 

De voordelen: men heeft geen zachte lijmlaag, die kwetsbaar is tijdens het verguldproces en ook daarna. Men heeft een strakke ondergrond: zo strak als het voorbereidende schilderwerk - nog strakker, want het wordt gepolijst. Men krijgt een echte bolle hoogglans. Het traag doorhardende karakter van oliemixtion wordt omzeild, er is immers nauwelijks/geen laagdikte van oliemixtion. Ook van de beperkte vloei van Instacoll heeft men geen last, Instacoll kan (met name op gladde ondergronden) zichtbare kwastsporen achterlaten. Rollen biedt bij Instacoll geen soelaas, op een enkeling na verkrijgt men hiermee echt geen goed resultaat.

 

-Bladvergulding binnen.

Bovengenoemde lijmen kunnen natuurlijk ook binnen gebruikt worden, zo ook een aantal andere lijmen. Binnen zijn er echter twee methodes te onderscheiden: de poliment-verguld methode en vergulden met een mixtion, zoals hierboven beschreven. Bij gebruik van Instacoll of oliemixtion gebruikt men dus geen van de gereedschappen voor polimentvergulden: geen mes, geen kussen, geen goudoplegger en geen polijststeen.

Polimentvergulden:

 het polimentvergulden is een traditionele en redelijk bewerkelijke verguldmethode. Deze methode levert de meest gesloten, glanzende verguldiing op. Zodoende komt men het meest in de buurt van de bedoeling van vergulden: een zodanig uiterlijk bereiken dat het lijkt alsof het object volledig van goud is. De specifieke (polijst- en in zekere zin modelleerbare) ondergrond levert in combinatie met het (lijm)water als lijm een met agaatsteen polijstbare bladvergulding op. Het goud wordt door het polijsten hard op de ondergrond geduwd, hierdoor wordt de glans nog dieper. Ook kan mooi decoratief gewerkt worden: afwisselen van mat en glans, delen doorpolijsten/schuren tot de (rode) bolus mooi doorschijnt.

Polimenvergulden op traditionele wijze omvat 5 fases: -steen/krijtgrondering, -boluslagen, -polijsten en bijwerken van de ondergrond, -opzetten lijmwater en vergulden met los goud, middels goudkussen, mes en oplegger, -na droging gewenste delen polijsten tot hoogglans met agaatpolijststeen.

De ondergrond bestaat uit verf met weinig spanning en veel vulmiddel / kleiaarde. Deze ondergrond  is zeer goed schuurbaar, glad maar ook te modelleren met bijvoorbeeld kraspennetjes stalen ponzen. Daarnaast wordt deze laag bij polijsten diep glanzend. Oneffenheden, kwaststreken zijn zo goed te traceren en verder naar wens weg te schuren/polijsten. Men kan deze ondergrond-verf zelf maken middels brokjes bolus of boluspoeder en dierlijke lijm), voorgeweekte boluspasta (en dierlijke lijm) of makkelijk wateroplosbaar poeder dat verder kant- en klaar is. Daarnaast is er de compleet kant-en klare bolus zoals Fond van Kolner.Op Fond van Kolner na worden alle andere vormen voorafgegaan door een (zelf te maken of in poedervorm te krijgen) grondering.

De bolus wordt vervolgens voorzien van een laagje water waar hooguit een klein beetje lijm in zit, de rest van de kleefkracht wordt door het water geactiveerd uit de ondergrond. De poeder-variant van de bolus werkt het beste met kant- en klare "haftnetze" en de Fond van Kolner met een oplossing van Colnasol. Op dit lijmwater worden met een goudoplegger of aanschietpenseel de losse stukjes goud gelegd, voorgesneden naar wens met behulp van goudkussen en mes. Voor alle duidelijkheid nogmaals: dit kan dus alleen met los goud, d.w.z. bladgoud dat niet per blaadje op een transfer-papiertje gekleefd zit.

Het lijmwater verdampt. Hierdoor ligt het goud (bijna) zonder lijm op een harde ondergrond die spanningsarm maar toch sterk is. Daardoor kan na volledige droging van het lijmwater gepolijst (hard aangewreven) worden met een agaatsteen  ofwel agaatpolijststeen.Het goud gaat hiervan ultiem glanzen. N.B: Dit polijsten met agaatsteen kan nooit met een mixtion en dus in principe ook nooit bij een vast-op-vloei of transfervergulding. Om het goud van het vloei te krijgen is immers een lijm/mixtion nodig, deze levert altijd een relatief zachte laag op waarin men dan het goud kapotwrijft in plaats van doet glanzen. 

Vergulden met mixtions, binnen.

In combinatie met mixtions / goudlijmen wordt het meest gebruik gemaakt van bladgoud vast op vloei. Zo kan men knippen en plakken. Ook los goud wordt soms gebruikt, met name bij sterkere reliefs, soms in combinatie met vast goud. Naast Oliemixtion, Instacoll hoogglans mixtion en synthetische Snelmixtion is er nog watergedragen snelmixtion. Deze voert Duller & Co onder de naam Permacoll of snelmixtion acryl Duits. Voor de eerste 3: zie vergulden buiten (hierboven). Over het laatstgenoemde product: snelmixtion droogt in plm. 20 minuten tot een laag die ongeveer 2 dagen beplakbaar is. Het voordeel is: snel droog, goede en langdurige kleefkracht. Het nadeel: levert een halfmatte vergulding op, relatief veel kwaststreek in de lijm. Deze laatste lijm wordt ook veelvuldig gebruikt voor het plakken van slagmetaal (imitatie bladgoud).

Naast deze mixtions zijn er nog veel speciaal-mixtions voor het vergulden op flexibele ondergrond zoals leer en papier, porselein en steen (o.a. miniatum inkt, miniatum spiegelglans). Zie hiervoor de sectie 'lijmen' in de webwinkel.

We geven indien u er de tijd voor hebt graag gerichte uitleg en eventueel een demonstratie in de winkel!

 

-Vergulden met slagmetaal.

Slagmetaal is de algemene term voor blaadjes bladmetaal van niet-edele metalen. De verkrijgbare kleuren / metaalsoorten zijn: (rood) koper, geelkoper ofwel messing (koper met zink, messing = metzink), geelkoper antiekgoud (iets warmer messing) en aluminium. De prijs is natuurlijk vele malen lager dan de prijs van echt goud.

Omdat het geen edelmetaal is kan het metaal verkleuren / oxideren. De vetzuren op een vinger zijn al voldoende voor een zich traag ontwikkelende donkerder vlek (niet op aluminium). Draag dus eventueel katoenen handschoenen bij de verwerking. Ook aan de lucht kan het bladmetaal verkleuren. Een schellak- of metaalvernis is de gebruikelijke afwerking ter bescherming. Let op, men kan hierbij geen garanties verstrekken. De ervaringen voor verguldwerk binnen zijn echter goed, ook over de loop van jaren.

Naast koper/ messing of aluminium is er nog een variatie, dat zijn de oxydmetalen. Dit is gevlamd decoratief slagmetaal.

Slagmetaal wordt zowel los als vast op vloei geleverd. Bij het vaste slagmetaal zitten de velletjes metaal op een (licht wasachtig) vloeiblad geduwd. Bij het plakken van grotere vlakken is het dan eenvoudiger de velletjes te verwerken. De hechting op het vloeiblad is niet altijd optimaal, toch is het "lekker makkelijk" werken. Indien een velletje kleiner geknipt moet worden, adviseren we alsnog (net als bij los slagmetaal) als steun het blaadje in een gevouwen A-4tje te leggen. Daarna knipt men door het papier en door het goud.

Het losse slagmetaal is veel dikker dan echt goud, dus ook goed te verwerken. Voor meer precisie is het makkelijk een velletje slagmetaal (zowel los als bij vast op vloei!) tussen een gevouwen A-4tje te leggen. Men kan dan makkelijker knippen (verknip het A-4tje mee) en in de lijm aanleggen met het gedeelte dat uit het papiertje steekt.\

Voor slagmetaal heeft men 1 van de volgende lijmen nodig: acrylmixtion (Permacoll of snelmixtion Duits) of oliemixtion. Ook met spuitlijm / lijmspray worden soms goede resultaten behaald.

Het slagmetaal voegt zich wat minder naar de ondergrond dan echt goud. Op sterker geprofileerd werk is het moeilijk een gesloten vergulding te krijgen. Op vlakker werk zal weer sneller een 'lichte 'kreuk'' te zien zijn (een zeer lichte variant van de kreuken die ontstaan als men bijv. iets met huishoud- aluminiumfolie inpakt). Voor een gesloten vergulding, plak zoveel mogelijk aaneengesloten in 1 richting, licht overlappend. Duw vervolgens alles goed aan met een leeg vloeiblad of een A-4tje. Wrijf daarna met een zacht doekje (zacht zeemleer) in de tegenovergestelde richting van de plakrichting, d.w.z. niet tegen de overlappingen in, de overtollige stukjes weg.

Lak desgewenst af met schellak of metaalvernis. Voor een hardere afwerking kan dit weer gevolgd worden door een watergedragen of oliebasis polyurethaan (bijvoorbeeld een tafelblad).