Alles over goudverf

In dit adviesitem belichten we veel eigenschappen van het product goudverf. Veel van deze informatie is ook van toepassing op zilververf. Wilt u direct naar ons assortiment goudverven, klik hier.

Goudverf wordt gemaakt van een bindmiddel (zoals in alle verf - de "lijm" die de kleurgevende deeltjes aan de ondergrond en aan elkaar bindt) en een goudkleurig deeltje. Deze 'goud'deeltjes kunnen zijn:

1: bronspoeders - dit zijn (oxidatieve) metaaldeeltjes, koper - zink verbindingen. Bij zilververf is dit metaaldeeltje aluminium.

2: aluminium met een inkt of pigment - dit zijn metallic verven, zo kan ook een goud metallic ontstaan.

3: micapoeder / glaskwarts - ook wel vissengoud genoemd. Dit is een relatief zeer inert, dus stabiel niet oxiderend miniem stukje glasachtig 'mineraal' met een metaalachtige glans.

4: echt poedergoud of schilderspoedergoud - dit komt kant - en klaar eigenlijk bijna niet voor, zeker verf met echt poedergoud niet. Dit wegens te duur en geen  toegevoegde waarde in glans ten opzichte van normale, vele malen goedkopere goudverven.

Kant- en klare goudverven zijn dus op die manier te categoriseren. Zometeen meer informatie over de specifieke eigenschappen van deze verschillende poeders die voor kant- en klare goudverf wordt gebruikt.

Eerst iets over de glans van goudverf.

Veel mensen zijn op zoek naar ultiem glanzende goudverf, echte goudverf, bladgoud verf, de beste goudverf, hoogglans goudverf. De vraag hiernaar wordt ons veelvuldig gesteld. Goudverf met een glans, zoals men ziet op een massief gouden of bladverguld object. Ook goedkopere industriele methodes kunnen leiden tot zo'n gouden hoogglans, zoals het overtrekken van mdf met een kunststof - folie die er waarschijnlijk thermisch op gehecht wordt. Daarnaast zijn er specifieke opdamp - technieken. Met verf bereikt men deze ultieme glans niet. 

Een goudverf haalt deze vol - gouden 'hoogglans' niet. Dit is niet mogelijk met verf. De oorzaak ligt in de verf besloten. In verf zitten dus deeltjes, goudkleurige deeltjes. Deze deeltjes (welk type dan ook) liggen, eenmaal geschilderd of verspoten, naast elkaar in wisselende richting. Ze vormen geen gesloten, uniform in 1 richting weerspiegelend geheel. Zodoende kan het licht niet ultiem weerkaatsen. Ultiem weerkaatsen van licht heeft heeft men wel met bijvoorbeeld echt bladgoud (of zilver) achter glas. Er ontstaat dan gewoon een spiegel, het licht dat er op valt wordt met dezelfde relatieve hoek van inval weerkaatst (ik ben geen natuurkundige, dus wellicht is dat niet correct omschreven). Zodoende ziet men in een rechte spiegel zichzelf netjes weergegeven. Deeltjes poeder in een goudverf kunnen dit eenvoudig niet. Daarbij maakt het niet uit of het voordelig bronspoeder betreft, of dat het echt poedergoud is. Een 'echte' goudverf van echt poedergoud ziet er daarom uit als een goudverfje van een paar euro (wel is de kleur stabiel..). Met veel aplomb en media-aandacht kwam er in 2000 een Sikkens goudverf op de markt, met een klein deel echt goud (5 tot 15% zo werd vermeld) en verder vissegoud, die - enkele duizenden euro's per liter en verder qua glans niets voorstellend - geruisloos is verdwenen. Het idee, het vervangen van het arbeidsintensieve bladvergulden, kwam letterlijk niet uit de verf want de goudglans leek nergens naar.

Een ander vaker gehoord idee om de glans van goudverf te verhogen is: dan vernis je de goudverf toch met een hoogglanzende, blanke lak! Dit werkt totaal averechts. Een vernis - glans is geen metaalglans. De 'goud' - deeltjes worden onder een vernislaagje gelegd (ze zitten zelf natuurlijk ook al enigzins in een bindmiddel verzonken, hoe minder hoe beter) en de goud - reflectie wordt alleen maar minder. Bij specifieke relatief goudglanzende spuitbussen - op basis van een zeer klein deeltje bronspoeder en een zwak aanwezig bindmiddel - leidt vernissen meteen tot een zompige, bruine kleur.

(goede!) goudverf en echt bladgoud  echt bladgoud, half- en optimaal glanzend

(foto: goudverf  op het papieren kleurkaartje versus half - en hoogglanzend bladgoud. De glans van  bladgoud / bladmetaal kan met verf nooit behaald worden).

Alle manieren om van de poeders (die dus tezamen met het bindmiddel en oplosmiddel de verf vormen) iets beter echt - goud glanzenders te maken hebben ook te maken met de lichtreflectie, logischerwijze. Een net genoemd voorbeeld is de best aardig glanzende spuitbus. De deeltjes zijn heel klein, waardoor ze minder 'wisselend' op het oppervlak gaan liggen, en meer als 1 geheel gaan reflecteren. Ook zit het weinig verzonken in lak, het is meer verdampend oplosmiddel dan lak. Deze spuitbussen hebben dan ook de waarschuwing 'niet veegvast', m.a.w. ze zijn vrij zwak. Het bronspoeder is daarnaast aan oxidatieve verkleuring onderhevig. Andere methodes zijn bijvoorbeeld het poeder (los, dus niet in een verf) op een lijm verwerken - dan zit hiet niet in de lak, dus meer goudglans - en deze eventueel te polijsten; de deeltjes 1 richting induwen met bijvoorbeeld een speciale ondergrond en een polijststeen.

Over verschillende types goudverf (de verschillende deeltjes "goud") zoals boven benoemd:

Over 1, de bronspoeders:

Vroeger was bijna alle goudverf die verkrijgbaar was gemaakt met bronspoeder, met echte metalen dus. "Brons" staat in de kunst- en klokgietwereld voor een legering van koper en tin. Dit meestal goudkleurige (tot wat rodere, met meer koper minder tin) brons wordt op beelden normaliter chemisch gepatineerd, etsende vloeistoffen (ook bij ons verkrijgbaar) maken dit tot het kenmerkende bruin-groene (het groene verdigris, het koper - patin)  brons. In de verfwereld staat de term bronspoeder voor legeringen van in het algemeen koper en zink. Van legeringen van koper en zink worden verschillende kleuren "goud"poeder gemaakt, van licht, groenig goud via warm roodachtig goud tot puur koperpoeder.

Een bekende verschijningsvorm in de handel was vroeger los bronspoeder, vaak in papieren zakjes, met een los flaconnetje tinctuur - de lak waar het bronspoeder in werd gemengd. Heeft u zo'n zakje, zakjes of potjes met een redelijk aanzienlijke hoeveelheid grammen aan metaalpoeder, dan is de kans 99,9999% dat het geen echt goudpoeder is. Dit valt overigens eenvoudig door ons of u te testen, echt goud is inert en reageert dus niet met een etsende vloeistof.

Daarna volgden vele merken met kant- en klare series goudverf op basis van bronspoeders. Kenmerkend hiervoor is het uiterlijk: een laagje metaal ligt op de bodem, met bovenop een meestal glasheldere lak. Deze oplosmiddelhoudende lak moest bij voorkeur zuurvrij zijn, zodat oxidatie / aantasting van het niet edelmetalen bronspoeder niet al door de lak zelf ontstond. Vandaar het type lak, geen oliebasis of watergedragen (acrylaat of pu) lak, deze reageren veelal wel met het bronspoeder.  Dit type is vrijwel verdwenen uit de handel, ondermeer omdat de lak in deze bronspoeder-goudverf niet meer voldoet aan de milieueisen bettreffende het oplosmiddelgehalte. Ze mogen dus niet meer..! Een ons bekende uitzondering (wellicht zijn er meer) zijn de goudverven van LeFranc & Bourgeois. Lefranc & Bourgeois goudverf heeft ook een waterblank, helder bindmiddel , echter dit is gewijzigd zodat het wel aan de oplosmiddel-eisen voldoet. Dit maakt dat het net wat minder dun vloeiend dan vroeger het geval was met dit type verf. De klassieke bronspoeder - metaalglans is wel een feit, met een mooie kleurkeuze. De  goudverf van Modern options, bedoeld om chemisch te patineren, is ook een goudverf op basis van brons - metaalpoeders maar dan watergedragen.

bleekgoud verf en was op basis van bronspoeder goudverf en goudwas rijkgoud goudwas en goudverf klassiek Florentijns goudverf goudverf en goudwas renaissance koper goudverf en goudwas tin / etain goudverf en goudwas zilver zilverwas en zilververf

De kleurkaart van de Lefranc goud (&zilver) was - en verf. N.b. foto's en beeldschermen geven slechts een indicatie van de werkelijke kleur.

diverse kleuren bronspoeder

Losse bronspoeders

Voordelen van dit soort verf: mooie, echte metaalglans - goed voor restauratie van bestaande, met bronspoeder afgewerkte lijsten en meubels - goede dekking (wel in 2 laagjes normaliter). Nadeel: het bronspoeder reageert, o.a. met zuurstof en zwavel in de lucht. Daar kan men natuurlijk ook decoratief gebruik van maken, zie de derde foto hier onderstaand. Ook huidvetten reageren met het poeder. De kleur blijft dus niet constant, maar zal verdonkeren of donkerder / zwarte vlekken kunnen tonen. Ook groene vlekjes kunnen ontstaan. Een beter bindmiddel, zoals het geval is in de genoemde Lefranc & Bourgeois goudverf geeft wel een relatief stabiele goudverf. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld goedkopere spuitbussen, we horen vaak van mensen dat de goudkleur dan heel snel in glans en kleur achteruitgaat. Echter, zolang met met goudbronzen werkt is er geen zekerheid dat de goudkleur blijft zoals deze initieel is.

Verder interessant op bronspoeder - basis is de goudwas, ook van Lefranc. Met goudwas ofwel verguldwas maakt men met de vinger of een doekje snel een gepatineerd, verguld uiterlijk. De was maakt in onze ervaring de kleur van het goudbronspoeder zeer stabiel, oxideren is niet wat snel gebeurt. Er zijn ook losse bronspoeders, in klein- of grootverpakking, waarmee men zelf goudverf kan maken. Een aantal terpentine-verdunbare goudverven zoals standaard Histor lakverf in 'goud' is ook nog vaak op basis van bronspoeder, alleen meestal van een brons en een bindmiddel dat qua kleur en glans ernstig teleurstelt. Dit zeggen we niet omdat we het niet hebben, de genoemde Histor staat bijvoorbeeld bij ons op de plank.

koper verf modern options    brons verf op bronspoederbasis  koper verf en groene patina

Foto's: Koperverf op basis van zuiver koperpoeder (modern options) en blonde bronze base coat, bruine bronstint (beide bedoeld als basis voor een patinering zoals op de laaste foto).

Over 2, goud metallic:

Dit is in principe zilver / aluminiumverf waarbij een inkt (transparante kleurstof) of een pigment (meer dekkende kleurstof) wordt toegevoegd om verschillende kleuren metallic te maken. Simpel gezegd maakt zilververf van aluminium met een gele kleurstof een goudkleur. Onze goud - metallic verf is van dit type. Als het aluminium - deeltje een mooie briljantie heeft, kan dit leiden tot een fijn glimmend uitziende goudverf. O.a. de deeltjesgrootte van het aluminium heeft daarmee te maken. De genoemde goud metallic wordt meestal ingezet op muren. Het bindmiddel (de lijm van deze verf) is qua sterkte het meest geschikt voor dit soort wat zuigender, matte en minder belaste ondergronden. Zie voor meer informatie het betreffende product. We voeren in de winkel ook een sterkere PU-AC watergedragen metallic lakverf, die in allerlei metallic kleuren te mengen is. De basis van dit aluminium is wel minder briljant, wat tot meer bescheiden, minder glimmende metaalverf leidt.

Over 3, mica goudverven / vissengoud:

Dit is het meest gemaakte en dus meest beschikbare en gebruikte type sinds een jaar of 10. Het mica roest niet, reageert niet met zuustof of andere stoffen in lucht of water. Zodoende krijgt men een goudverf die stabiel is in kleur. In ons assortiment zijn de Decorgold goudverven van Richard van dit type (o.a. in de kleur rijkgoud, de meest verkochte van deze serie), onze Goudverf Bladgoud , de goudverf van Polyvine en goudverf van Talens zoals we die in de winkel voeren.

Sowieso zijn alle ons bekende acryl kunstschilder-verven in goud- en koperkleur op basis van een mica. Ook Talens kunstschilder olieverf (Rembrandt) heeft een mica als basis voor de goudkleur. We treffen het aan in veel verschillende series decoratieve goudverven.

Wat de Richard goudverven, onze goudverf in kleur "bladgoud" en in een fractie mindere mate de Polyvine goudverven onderscheid van ander aanbod: de "schilderbaarheid'', dekking, de kleur en sterkte van het bindmiddel.

Over de 'schilderbaarheid': met name watergedragen kunstschilderverf in goudkleur is meestal erg pasteus / dik. Voor kunstschilders is dit wellicht vaak zeer wenselijk, de verf heeft meestal dezelfde consistentie als gewone pigment-kleuren in dezelfde verf. Voor huisschilder-doeleinden of restauratie is dit meestal zeer onwenselijk. Het schilderen van kaders, (gipsen) ornamenten, natuursteen, hekpunten, meubels en muren is niet gebaat bij een pasteuze verf waarbij de streek blijft staan. De vloei van met name de Richard goudverf, de goudverf 'bladgoud' alsook de Polyvine goudverf is mooi dunvloeiend. Die van Polyvine hierin het minste, deze gaat een heel klein beetje (echt een heel klein beetje)  richting een pasteus karakter.

Over de dekking: deze is met mica goudverven in de regel sowieso matig te noemen. Hierbij zijn de meest briljante kleuren (de best echt - goud gelijkende) ook nog eens de slechts dekkende. Hierin vormen de Polyvine goudverf, de goudverf Bladgoud en de Richard goudverf geen uitzondering. Echter, dat het nog veel minder kan wordt zeer vaak bewezen: zelfs bij gereputeerde kunstschildermerken en zeker bij voordelige decoratieve goudverf lijkt het alsof men elkaar in slechte dekking wil overtreffen.

Qua dekking kan een goede grondverf natuurlijk wonderen doen!

gele polijstgrondverf op hout  gele polijstgrondverf, iets gepolijst     1 laag goudverf bladgoud over polijstgrond

Foto1 : gele polijstgrond, Foto 2: enigzins gepolijste grondverf, Foto 3: zijaanzicht polijstgrond , Foto 4: 1 laag (!) goudverf bladgoud op de polijstgrond.

Als men een grondlaag wil gebruiken, dan zijn de volgende types zeer geschikt: 

-een watergedragen multiprimer in ondersteunend geel, deze werkt ook roestwerend voor metalen (ook non-ferro zoals zink) binnen en buiten en is tevens geschikt voor harde kunststoffen, houtwerk en steenachtige ondergronden.

- een gele polijstgrondering. De sjieke variant hiervan is Fond, de voordeligere gele polijstgrondering heeft voor goudverf ook de juiste functionaliteit. In tegenstelling tot (multi) primers of lakverven kan een polijstgrondering met alcohol en een doekje (hierbij werkt een paardenharen doekje perfect) opgelost worden en na verdamping van de alcohol kan deze grondering opgeboend worden tot glans. De ondergrond kan zo zeer glad gemaakt worden. Bij 'hardere' verven kan men alleen middels mechanisch schuren tot een gladdere laag komen, niet door het oplossen van de hogere delen en het tegelijk invullen van diepere delen. Voor een mooiere vulling op o.a. bewerkt hout kan deze polijstgrond een prachtige basis vormen onder goudverf.

- een oplosmiddelhoudende grond (en aflak). Zo'n oliebasis, terpentine-verdunbare aflak moet wel langer doorharden, minimaal 5 dagen voordat daar een watergedragen goudverf overheen kan. Voor de duidelijkheid: onderstaande foto toont echt bladgoud, blaadjes dus en geen verf, over zo'n grondlaag.

gele oplosmiddelhoudende grond en aflak onder goud

Foto: gele grondverf en aflak (oplosmiddelhoudend), deels verguld met echt bladgoud.

Over de kleur: dit is natuurlijk in principe een kwestie van smaak, echter vaak zoekt men een kleur gelijkend op echt goud, in een liefst zo goed mogelijk bindmiddel qua totaalbeeld van de goudverf (een goede goudglans).  In deze elementen presteren de goudverf or riche van Richard (rijkgoud) en Goudverf bladgoud zeer goed. Let wel, binnen de beperkingen van wat een goudverf kan, zoals eerder in dit adviesitem benoemd! Een voorbeeld van een 'goede' goudkleur die toch meestal niet voldoet: de kleur van Talens goudverf 803 is best goed, echter de dramatische dekking en het pasteuze karakter maken dit tot een zeer lastig inzetbare verf.

Over de sterkte van het bindmiddel: zowel Richard goudverf, Goudverf bladgoud en de Polyvine goudverven zijn geschikt voor binnen en buiten. Het zijn geen verven die mechanisch sterk belastbaar zijn (eettafel, vloer o.i.d.), echter wel sterker dan kunstschilder - acrylverf.

polyvine zilver  polyvine bleekgoud  polyvine glansgoud  polyvine antiek goud  polyvine roodkoper kleur

De polyvine mica - metallics in de kleuren zilver, bleekgoud, glansgoud, antiekgoud en koper.

goudverf bladgoud

Goudverf 'bladgoud' , ook een mica-type, op een deel van een ornament.

Over 4, echt poedergoud of schilderspoedergoud:

Schilderspoedergoud bestaat uit deeltjes koper-zink, verguld met 23.75 karaats goud (24 karaat is zuiver goud, dus het is verguld met een legering van 99% zuiver goud en 1% koper-zink). Dit is een relatief betaalbare variant op echt poedergoud, het scheelt in prijs ongeveer factor 20. Schilderspoedergoud is theoretisch natuurlijk minder stabiel dan echt poedergoud, de praktijk leert dat dit toch zeer duurzaam is.

Van dit echte (of half-echte) poedergoud kan men natuurlijk verf maken, of zelfs een kant-en klaar verfje verkrijgen (kant- en klare echte goudverf van echt poedergoud of van schilderspoedergoud is bij ons bestelbaar, niet standaard op voorraad). Ook is zowel poedergoud als schilderspoedergoud verkrijgbaar als droog "napje" plakkaatverf (schelpjesgoud geheten). Met een bewaterd penseel kan men dan schilderen.

Het nut van dit soort prijzige goudverf is zeer beperkt voor degene die "gewoon" een mooie goudverf zoekt. Het kan dan echt goud zijn wat men ziet, de glans loopt tegen dezelfde beperkingen op als die bij alle andere goudverf (zie hierboven, 'over de glans van goudverf'). Voor vele, vele euro's heeft men dus een verf met de goud-uitstraling van een verfje van een paar euro's. De goudglans is echt niet beter dan die van een bronspoeder- of mica goudverf. De goudverf is natuurlijk wel superstabiel qua goudkleur (maar dat is mica ook) en het is verder ook wat het is: men heeft de wetenschap dat het echt goud is. Voor restauratie-doeleinden en sommige kunstschilderwensen biedt het daarom wel oplossingen.

schilderspoedergoud  schelpjesgoud

Schilderspoedergoud en schelpjesgoud.

 

 

 

 

 

 

goto top of page